vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

14 december om 10:00

Brieven van Kees: Beren op de weg

Zondag 12 december

Beste Monique,

Gedurende de afgelopen maand en het begin van december leek ik een rustige, prettige tijd door te maken. Veel tekenen, muziek beluisteren en rijden met de modeltrein zouden mijn dagen goed vullen. Helaas kwam afgelopen vrijdagochtend een einde aan die fijne tijd. In het dorp ging het flink mis. Beter gezegd, ik heb een verpletterende ervaring moeten incasseren. Een afschuwelijk rotincident.

Komend van de supermarkt liep ik met volle tassen in mijn hand naar huis. Vanuit de Wilhelminastraat naderde ik het zo onoverzichtelijke, gevaarlijke kruispunt Wilhelminastraat-Rozendaalselaan. Het is altijd een hachelijke opgave om vanuit de Wilhelminastraat de immer drukke Rozendaalselaan over te steken, want het ontbreekt er aan iedere markering. Voor overstekende voetgangers is er geen zebrapad en verkeersborden zijn er evenmin. Iedereen kan erop losscheuren wanneer die wil. Auto’s zullen op die Rozendaalselaan niet direct voor je stoppen, want niemand lijkt het geduld op te brengen om voetgangers even voor te laten gaan.

Toen ik op de hoek van de Rozendaalselaan stond en wilde oversteken, werd ik bruut opgeschrikt door autogetoeter. Vlak achter me! Ik schrok me wild! Vanuit de Wilhelminastraat wilde een auto een bocht maken naar rechts. De wagen had niet netjes voor me gestopt. Van de schrik door die toeter en de overtreding die de bestuurder maakte, werd ik boos. De inzittenden van de auto zagen dat. Een vrouw rechts van de bestuurder draaide het portierraampje open en zei: “Ja, jij zat te pitten! Jij lette niet op!”

“Nee, jullie wachtten niet voor me en begonnen als een gek te toeteren!” antwoordde ik.
De auto wilde doorrijden en om mijn woede af te reageren op deze ongemanierdheid gaf ik de auto van achteren een stomp. Dat ging de inzittenden niet onopgemerkt voorbij.

De vrouw stapte uit. “Nu moet jij eens goed luisteren!” ging ze verder, “jij stond te pitten en jij belette ons de doorgang!”

“Helemaal niet!”

Opeens verscheen ook de bestuurder van de wagen. Een beer van een man doemde op. Ook hij ging tekeer. En niet zo zuinig ook! Wat een stemverheffing! De bestuurder stond me toch een partij tegen me te schreeuwen en te dreigen! Hij riep: “Dat jij onze auto een trap gaf, dat gaat echt te ver! En de volgende keer geven we jóu een schop!”

Onheils

Hoe het allemaal verder ging, weet ik niet precies meer. Immers de consternatie was zo hevig dat er een warboel van gebeurtenissen ontstond die elkaar snel opvolgden. Woedende woorden vlogen over en weer terwijl er van alle kanten mensen bij kwamen. Ik geloof dat ik er gewoon vandoor ging. Weg van de plek des onheils! Weg van die onveilige Rozendaalselaan!

Even later, buiten het dorpscentrum, kwam ik enigszins bij mijn positieven. Helaas verkeerde ik niet meer in de gelegenheid het kenteken van de wagen te noteren. Anders had ik dat zeer zeker doorgegeven aan de politie. Thuisgekomen was ik buiten adem. Kapot. Gebroken. Verguisd. Dat mij dit moest gebeuren!

Troost 

Ik had grote behoefte mijn hart uit te storten en mijn nare gevoelens te kwijten. Intuïtief liep ik als eerste naar het huis van mijn ouders toe, want ik hoopte bij hun troost te vinden. Dat lukte gedeeltelijk. Wel merkte ik dat de communicatieve afstand tussen mijn ouders en mij zoveel groter was geworden. Het kostte me veel moeite hun uitleg te geven, opdat ze het voorval begrepen. Ze kwamen zo vaag over! Zo ver weg! O, wat miste ik mijn ouders zoals ze vroeger waren! Die ouderdom, die weet wat!

Ik bleef niet al te lang en besloot weer terug te gaan naar huis. Daar belde ik mijn broers op. Gelukkig kon ik ze allebei bereiken. Zij slaagden er wel in om mij troost en geruststelling te bieden. Dat wilde echter niet zeggen dat ik het incident daarmee ook had verwerkt.

Zoiets heeft tijd nodig. Een heftige belevenis gaat bij mij niet een, twee, drie over. Die vormt een vloedgolf van prikkels met een complete verstoring van het evenwicht dat ik in me zoveel mogelijk probeer te behouden.

Hoewel ik sinds eind november met plezier aan een grote tekening werkte, was dit voor vandaag een te grote opgave. Ik besloot daarop dan maar de rails van mijn modeltrein te poetsen. Die hadden na bijna drie maanden weer een schoonmaakbeurt nodig. De hele vrijdagmiddag zat ik te borstelen en wrijven met een poetsmiddel totdat alles weer blonk. Dezelfde avond zette ik de rails weer aan elkaar gezet en was de trein rijklaar.

Groot gevoel

Gisteren (zaterdag) en vandaag werd ik geplaagd door een groot gevoel van onrust als gevolg van de aanvaring met die automobilist. Telkens beleefde ik in mijn hoofd de hel opnieuw. Een teken dat ik het incident nog niet heb verwerkt.

Ook tijdens het wandelen was dat het geval. Al bevond ik me in mijn vertrouwde buurt, ik probeerde zoveel mogelijk auto’s, lanen en stoepen langs wegen waar verkeer langskomt, te vermijden. Zelfs mensen ging ik uit de weg. Ik was gisteren en vandaag erg op mijn hoede en vertrouw de situatie in het openbare leven niet meer zo. Als de dood dat ik weer met agressie word geconfronteerd.

Kort lontje

Ik heb soms de indruk dat mensen momenteel een kort lontje hebben en weinig kunnen verdragen. Men raakt gauw geïrriteerd en beleefdheid is dan slechts moeilijk te vinden.

Vanochtend, toen ik het bos uit kwam en een stuk langs een doorgaande weg terug liep, had ik even opnieuw de schrik te pakken. Er kwam een auto aanrijden. Aanvankelijk rustig. Maar opeens gooide deze het gas vol open! Met brullende motor trok de wagen wild op, nam met gierende banden een bocht, en reed vervolgens keihard door over een weg naar een privéterrein. Gelukkig stond ik veilig op de stoep en kon de bestuurder mij niets maken.

Ik voelde me opgelucht toen de wandeling voorbij was. Veilig thuis. Ik zette koffie. Deze hielp mij weer wat op de been. De rest van de ochtend en middag heb ik mijn toevlucht gezocht tot de modeltrein. Een heerlijke afleiding in deze zo donkere dagen.

Hartelijke groeten,

Kees

 


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken