vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

25 april om 12:05

Brieven van Kees: Verhongeren

Dinsdag 19 april

Beste Monique, 

Het zat mij bepaald niet mee, deze dinsdag, de 19e april van 2022.
Beter gezegd, ik kampte met tegenslag. Het begon ’s ochtends al toen ik in de tuin werkte en het afval bij elkaar raapte dat zich afgelopen winter her en der had opgehoopt. Terwijl ik bezig was, zag en hoorde ik een auto door de buurt rijden. Het betrof een kleine bestelwagen. Hij reed heel langzaam. Uit beide portierraampjes die geopend waren, keken twee mannen naar buiten. “Zo?”, dacht ik, “zouden die snode plannen hebben?” Ze keken wel heel aandachtig naar buiten. Gluren in andermans huis? Valt er eventueel iets te halen? Ik vertrouwde het niet.

Ik onderbrak het werk in de tuin en noteerde het kenteken van de wagen en het signalement van de inzittenden. Ik belde de meldkamer van de politie op gaf de gegevens door.

Even later hervatte ik de werkzaamheden. Opnieuw hoorde ik een auto aan komen rijden. Het was dezelfde wagen. En toen stopte deze voor mijn woning. Er stapten twee mannen uit, die vroegen waar mijn ouders waren. Het bleek dat mijn vader enige maanden geleden een melding had gemaakt van schade aan het huis als gevolg van heftige weersomstandigheden. Dakschade dus. En deze mannen bleken dakdekkers te zijn. Echter, ik wist niets van dakschade aan het huis van mijn ouders. Ik vertelde dat het huis van mijn ouders helemaal geen schade had. Anders zou deze mij allang zijn opgevallen. En bovendien, voor zover ik wist, kwamen dakreparaties in aanmerking voor de loodgieter en niet voor een dakdekker. Ik moest de heren teleurstellen want van schade was echt geen sprake. Tenslotte benadrukte ik beide mannen dat zij hier niets meer te zoeken hadden.

Toen ik het werk in de tuin had afgemaakt, waarschuwde ik een aantal buurtgenoten. Ik liep bij hun langs en belde aan. Ik vond het een verdachte situatie en had angst voor inbraak. De mensen bij wie ik had aangeklopt, toonden alle begrip en beloofden deze kerels in die bestelwagen in de gaten te houden. Intussen verscheen er een politiewagen in onze woonbuurt, maar helaas bleek deze net te laat te zijn om de verdachte werkauto op te sporen. Ik vertelde de agenten dat deze mogelijk naar het dorp was gereden. De politie zou verder gaan zoeken.

Het koffie-uurtje brak aan. Ik dacht: na gedane arbeid is het goed rusten. Op de koffie kreeg ik bezoek. Mijn helpende hand kwam langs om mij bij te staan met wat lastige, administratieve zaken die via de computer geregeld moesten worden. Inloggen, wachtwoorden opgeven en nog meer. Procedures waar ik moeite mee heb.  Samen dronken we koffie. Terwijl ik genoot van mijn zo heilige bakje troost, hoorde ik mijn helpende hand plotseling haar neus ophalen. Het geschiedde beslist niet zachtzinnig! Ik schrok! Het was een akelig geluid. Van het genot van de koffie bleef weinig over. Ik vroeg haar: “Wil je een zakdoek om je neus te snuiten want je snufte.” “Nee hoor, niet nodig, dank je.” “Ik zou het fijn vinden als je je neus even snuit want ik vind het niet prettig als ik je hoor snotteren.” “Kees, soms gebeurt dat. Dat kan. Ik kan het helaas niet tegenhouden. Als het gebeurt, gebeurt dat gewoon!” antwoordde zij korzelig. Ik schrok van haar reactie. Dit was ik niet gewend van mijn anders zo aardige helpende hand. En haar neus ophalen, dat deed zij toch nooit? Zij wist toch dat ik daar moeite mee had? “Maar ik zou het fijn vinden als je het gewoon niet meer deed,” vervolgde ik, “ Ik vind het een naar geluid. Kwestie van even je neus snuiten. Is dat heus zo moeilijk?”

Zij zei niets meer. Ik zei niets meer.

Stilte.

We besloten het bezoekuurtje kort te houden. We waren klaar met alle inlogprocedures en hadden elkaar verder niets meer mede te delen. Toen de koffie op was, deed ik mijn helpende hand uitgeleide. Tot ziens dan maar weer….

Ik trok me terug, zakte weg in mijn stoel en voelde me instorten. Ik wist mezelf geen raad meer. Wat zou ik nu nog kunnen doen? Verder gaan met de tekenopdracht? Nee, daar voelde ik me te ongelukkig voor. Te veel emoties en dan is de kans groot dat het werk mislukt.

Ik piekerde en peinsde: hoe heerlijk had ik het toen mijn ouders nog jong en gezond waren! Ik kon altijd direct mijn verhaal kwijt en nare gevoelens uitten. Geen mens kon mij zoveel troost geven als mijn ouders! Een half uur ging voorbij. Het leken wel uren! Op den duur werd de ledigheid me te gortig en besloot ik maar eens enige boodschappen te gaan doen in het dorp. Ik pakte de fiets met als bestemming supermarkt. In de winkel aangekomen, ging ik op zoek naar zelfrijzend bakmeel. Toen ik langs de schappen van de afdeling voor bakbenodigdheden liep, constateerde ik dat deze allen leeg waren! Niets! Wat nu?  Ik vroeg aan één van de mensen van het winkelpersoneel wat er aan de hand was.  Toen mij werd verteld waarom er geen meel meer in de vakken lag, stond ik perplex. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne! Die heeft de aanvoer van graan stilgelegd! En het bleek dat ons land voor een belangrijk deel afhankelijk is van graan uit Oostbloklanden, in het bijzonder Rusland en Oekraïne, vanwege de goedkope productie. Zou er straks echt geen meel meer te krijgen zijn? Zou ik dan geen pannenkoeken en appeltaarten meer kunnen bakken? En wellicht zelfs geen brood meer kunnen kopen? Om tot slot te verhongeren…?

“Het spijt me meneer, we kunnen u geen duidelijkheid hierover geven. We weten niet hoe het verder zal uitpakken…”

Grote onzekerheid dus.

Plotseling brak mij het klamme zweet uit. De angst vloog mij naar de keel. Paniek maakte zich van mij meester. Het ene doemscenario na het andere maalde door mijn hoofd. Ik kon niet meer redelijk denken maar moest mijn hoofd er goed bij blijven houden om de rest van de boodschappen af te handelen. Anders zou ik fouten gaan maken met afrekenen en waardevolle spullen in de winkel laten liggen. Gelukkig gebeurde dat niet.

Toen ik de supermarkt eindelijk kon verlaten fietste ik zo snel mogelijk naar huis. Thuis gekomen belde ik vertrouwde mensen op. Zij konden mij slechts vertellen dat er van een graancrisis niet direct sprake was, maar wel dat brood en baksels duurder zouden worden. Tevens nam ik telefonisch contact op met de reformwinkel. De mensen aldaar wisten mij enigszins gerust te stellen. “Bij ons, Kees, kun je gewoon zelfrijzend bakmeel krijgen. Ook brood. Want wij nemen geen graan af uit Rusland en Oekraïne.

Kijk, sommige supermarkten hebben een deal gesloten met die landen voor zo goedkoop mogelijke invoergelden. Kennelijk doet de winkel waar u meel vandaan haalt, daar ook aan mee. Gelukkig hebben vele bakkers en groothandelaren een enorme voorraad meel ingeslagen waarmee men wel een jaar vooruit kan. Wel is het verstandig je te realiseren dat de graanprijzen binnenkort zullen stijgen als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de sancties tegen Rusland.”

Ik voelde me opgelucht. Ja zelfs zo dat ik de stoute schoenen aantrok en opnieuw de fiets pakte om naar het dorp te gaan. Ik bezocht de reformwinkel. Daar slaagde ik er inderdaad in twee pakken zelfrijzend bakmeel te kopen. Ook durfde ik het aan om nog een keer naar de supermarkt te fietsen om het een en ander in te slaan dat maar met brood en meel te maken had. Zolang alles nog op voorraad is…

Met tassen vol kersvers brood en ander spul kon ik met een enigszins voldaan gevoel terugfietsen. Ik nam een heerlijke lunch. Geniet voor zover er te genieten valt, dacht ik.

De middag leek meer ruimte vrij te maken voor rust. Ik legde een bezoek af bij mijn overburen om mijn hart te storten. Ze leefden enorm met me mee. Ook zij konden mij geruststelling geven. Verhongeren door graantekort als gevolg van de oorlog in Oekraïne, zal zo’n vaart echt niet lopen. Wel wordt alles duurder, maar daar valt nog een mouw aan te passen. We praatten levendig en kregen uiteindelijk veel schik. Ik vond het een fijn bezoek bij mijn trouwe overburen. Op hen kan ik altijd op terugvallen als er problemen zijn.

’s Avonds kon de maaltijd mij vreugde geven.

Ik had lamsvlees klaargemaakt met in de oven gebakken aardappelen en tuinboontjes. Ondanks de emoties die mij bijbleven, genoot ik van het avondeten.

Maar de nacht die erop volgde, pakte zwaar uit. Ik viel weliswaar snel in slaap maar even later begon ik te dromen. Ik droomde, droomde en droomde. En het waren nare dromen. Ik kon mij niet meer herinneren wat ik allemaal in die dromen had beleefd maar het verliep allemaal heftig.Wanneer ik na zo’n nachtmerrie wakker word, bonst mijn hart en moet ik bij komen. Even een glaasje water nemen, dacht ik. Daarna vatte ik de slaap en droomde opnieuw.

Hartelijke groeten,

Kees


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.