vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

1 september om 11:56

De Atypische Wereld van Toeps

"Een masterclass omgaan met veranderingen"

Bianca Blogt

Er wordt wel eens gezegd dat autisten niet tegen verandering kunnen. Dat is niet waar. Ik kan prima tegen verandering, als het mijn eigen keuze is en ik zelf de touwtjes in handen heb. Dan vind ik het zelfs wel leuk. Zo reis ik graag alleen en kan ik het ook best leuk vinden mijn hele huis te verbouwen. Ik vind het minder geslaagd als ik verrast word – van die klusprogramma’s waar een nietsvermoedende deelnemer wordt weggelokt om ‘s avonds zijn of haar huis compleet omgetoverd terug te vinden, al dan niet door goedbedoelende familieleden met twijfelachtig klustalent, zijn voor mij echt een soort horrorfilms. Ook trek ik het slecht als mijn plannen plots door omstandigheden gewijzigd worden. Ik weet namelijk hoeveel energie prikkels me kosten, en al die op het oog zo wilde veranderingen zijn vaak tot in de puntjes uitgedacht, qua prikkelmanagement.

Waarom vertel ik jullie dit? Nou, omdat ik vorig jaar het wildste plan ooit heb opgevat. Verhuizen… Naar Japan!

Ik ging altijd al graag naar Japan. En vaak ook. Mijn liefde voor het land begon in 2008, toen ik heel spontaan en impulsief bij vriendin Maan op bezoek ging. Zij woonde destijds twee maanden in Tokio. Mijn relatie was net uit en Maan mailde me dat ik maar langs moest komen, met mijn liefdesverdriet. Ik had een paar dagen eerder een royale belastingteruggave ontvangen, dus ik dacht, heck. Ik doe het gewoon.

En dan was er natuurlijk nog het vooruitzicht Tokyo Disneyland van mijn Disney-bucketlist te kunnen strepen. Disney was een periode mijn grootste obsessie. Toen ik in therapie zat voor mijn eetstoornis, ging ik regelmatig een dagje naar Disneyland Parijs. Op mijn vrije dagen was ik te vinden op fanfora, en op mijn blog postte ik foto’s en schreef ik trip reports. Ik nam me voor: ooit bezoek ik alle parken. Die in Amerika, maar ook die in Tokio, Hongkong en Shanghai. (Sinds ik de “Disney-bingo” in 2017 behaalde, is mijn Disneyparken-obsessie enigszins afgenomen. Enigszins, want zie ik daar een Euro Disney-blouse op Vinted…?!)

Op vijftienjarige leeftijd in Disneyland Parijs

In Shanghai!

Goed, waar waren we. Oh ja, Tokio. Ik kocht het goedkoopste ticket, met een overstap in Moskou en een twijfelachtig vliegtuig zonder in-flight entertainment. Of nou ja, het entertainment was een Bruce Willis-film die met een beamer getoond werd aan de gehele cabine. Ik was nog nooit verder dan Griekenland gevlogen, en nu vloog ik ineens naar Japan.

Bij aankomst werd ik door de Japanse douane een uur lang doorgezaagd omdat ik niet kon vertellen waar ik zou verblijven (“Uhhh, Maan haalt me op van station Shinagawa?”), en miste ik m’n trein vanaf het vliegveld. Ik kon Maan niet bellen of sms’en, want het was 2008 en toen hadden we nog dual-band telefoons die niet geschikt waren voor het Japanse netwerk. Maar het kwam goed. Maan had al die tijd zitten wachten op het station. Ze voerde me een crêpe, nam me mee naar haar fijne tatami-huisje en liet me uitrusten. We keken Puberruil op trage wifi, niet omdat we nou zo graag Puberruil wilden zien, maar omdat iemand die Maan kende eraan meedeed. Niks hoefde en alles was oké.

Met Maan en haar vriend Bob in een typisch Japans fotohokje

Groeien met schokken
Eigenlijk had ik amper een beeld van Japan, voordat ik ging. Ja, ze hebben er het beste Disneypark ter wereld, dat wist ik. De rest leerde ik gaandeweg. Ik kwam regelmatig terug, maar de eerste jaren verbleef ik vooral in Harajuku, de beroemde straatmode-wijk van Tokio.

Groei gaat bij mij altijd in schokken. Ik zie iets op tv, ik lees iets op twitter, en ineens wil ik erheen. Het hoeft geen enorme reden te zijn; zo ging ik naar de Chinese stad Chongqing omdat daar een monorail door een gebouw heen rijdt. Naar Shanghai en Hongkong voor de Disney-bingo. Uiteindelijk blijkt zo’n stad dan natuurlijk veel meer te hebben, en bezoek ik ook The Peak Tram of een mini-maglev in een tunnel met kerstverlichting die op internet wordt beschreven als de grootste tourist trap ever. Maar zou je me vragen of ik zin heb om mee te gaan naar, ik noem maar wat, Malta, en er is geen aanleiding? Vergeet het maar.

De eerste keer dat ik zelf langer naar Japan ging – of nou ja, vier weken, maar dat vond ik toen erg lang – was in 2012. Ik boekte precies dat huisje waar Maan in 2008 zat; dat kende ik. Mijn vriend was een week mee, maar moest daarna thuis weer aan het werk, dus toen zat ik daar. Alleen. Even kwam de paniek opzetten, maar uiteindelijk ging alles prima. Ik groeide.

Sorry voor de filters, het was 2012 hè… Maar dit was dus mijn kamer, traditioneel Japans met tatami-matten op de vloer.

Ik ging langer en langer naar Japan; de maximale verblijfsduur als visumloze toerist is 90 dagen, en die termijn maakte ik vol. Ik nam foto’s mee om na te bewerken, schreef blogs, bouwde websites, werkte aan mijn boek en haalde zo nu en dan een klant over om hun collectie onder de kersenbloesems te fotograferen. Langzaam maar zeker leerde ik ook andere wijken en steden kennen, wat mijn liefde voor het land alleen maar verder deed toenemen.

Met vriendin en make-up artist Charlotte fotografeerde ik de koffercollectie van Suitsuit

Voor vriendin en zangeres Aafke Romeijn filmde ik de videoclip voor haar nummer Licht Aan

Beter functioneren
Ik merkte dat ik beter functioneerde in Japan. Wie mijn boek heeft gelezen, herinnert zich misschien wat ik vertel in de intro: in Japan ben ik zichtbaar anders. Waar ik er in Nederland “helemaal niet autistisch uitzie”, ben ik in Japan die “baka gaijin”, de gekke buitenlander. Al mijn sociale onhandigheden worden direct toegeschreven aan mijn niet-Japanner-heid, waardoor een deel van mijn autisme ineens bijna geen rol meer speelt.

Een deel, omdat prikkelgevoeligheid natuurlijk niet aan de andere kant van de aardbol achterblijft. “Maar Japan heeft toch heel veel prikkels?!”, vragen sommige mensen steevast geschokt, als ik ze vertel hoe graag ik in Japan ben. Ze zien waarschijnlijk de flashy uithangborden en volgepakte treinen voor zich, of misschien een hysterisch tv-programma met in elke hoek van je beeldscherm een knipperend kader met lachende gezichtjes, onleesbare tekens of, weet ik het, het weerbericht voor morgen.

Maar Japan is meer dan dat. Japan is ook kleine parkjes overal en nergens in de stad, en prachtige, uitgestrekte natuur daarbuiten. Japan is middenin Tokio de hoek om lopen en ineens in de stilte belanden. Japan is een kop thee drinken bij Starbucks en denken dat je per ongeluk in een leeszaal van de bibliotheek bent beland. En zelfs in de volgepakte treinen is het stil. Verder heb ik ook minder verplichtingen in Japan; ik kan natuurlijk niet naar je borrel komen als ik daar zit.

Prachtig Matsushima

Crêpe eten met Riemer

Met mijn Japanse vriendin Kei

Op verlaten mijnbouw-eiland Gunkanjima, nabij Nagasaki. Ik zag het op tv en ik móest erheen!

Charlotte in kimono voor mijn webshop

In een winkeltje in nerd-walhalla Nakano Broadway


Toeristenstatus 

En toen was het 2020. In eind januari was ik nog naar Tokio gevlogen, een paar weken later gevolgd door vriendinnetje Charlotte. “Zou je dat nou wel doen, met dat virus wat nu in China heerst?” Ik verzekerde mensen ervan dat Tokio niet in China lag, en ging. Toen de coronapleuris ook in Nederland uitbrak, riep de Nederlandse overheid iedereen op om terug naar huis te komen. Charlotte en ik vonden het een stuk beter toeven in Japan, dat toen nog amper besmettingen telde, en bleven. Maar eind april moesten we toch echt terug naar huis: onze 90 dagen liepen af.

Ik ergerde me al langer aan mijn toeristenstatus. Steeds moest ik een andere kamer of appartement huren, steeds moest ik alle huisraad die ik daar inmiddels heb verzameld om mijn verblijf aangenamer te maken (HD monitor, wasrek, noem maar op…) naar mijn Japanse vriendin Kei sturen, die de steeds groter wordende doos inmiddels onder licht protest accepteert. Toen ik een vintage uitklap-mobieltje kocht, kwam ik erachter dat ik daar zonder visum geen simkaart voor kon kopen, en zou het niet zóveel fijner zijn als ik gewoon een eigen huisje had? Mij was altijd verteld dat het onmogelijk was, een visum krijgen als zelfstandig ondernemer. Ik moest maar leraar Engels worden, of zo. (Haha nope.) Maar het bleek dus wél te kunnen.

Ik huurde een Japans visumbureau in, want dit leek me nou echt zo’n karwei met duizend formulieren, waarop je niet toevallig een vinkje verkeerd moet zetten. Kijk, ik zei net dat ik van Japan hield, en dat is ook zo, maar Japan houdt nog meer van papieren dan ik van Japan. Gelukkig heb ik in een vorig leven een blauwe maandag Nyenrode gedaan.

Ik maakte jaarrekeningen en prognoses, schreef mijn bedrijfsplan, zocht het bewijs van het behalen van mijn propedeuse Communicatie en Multimedia Design op (ja, wie had gedacht dat papiertje ooit nog nodig te hebben, haha!) en stuurde de hele mikmak in. Er kwamen nog wat kritische vragen vanuit de Japanse overheid, maar toen, oeps: Accepted!


Noodtoestand
Het was inmiddels december 2020, en ik maakte me klaar om naar Japan te verhuizen. Eind januari zou ik vliegen, dus vlak voor kerst boekte ik een enkele reis, zegde ik mijn huur op, verkocht ik een hoop spullen en trok ik tijdelijk bij mijn vriend Riemer in. En toen, op Tweede Kerstdag 2020, was daar het slechte nieuws: “Japan roept de noodtoestand uit en sluit de grenzen voor vijf weken.”

PANIEK! CHAOS! MAYHEM!

Na de initiële instorting maande ik mezelf tot rust: “Oké Toeps, haal adem, het is maar voor vijf weken… Gewoon doorgaan… Alles komt goed.” Maar toen werd het nóg vier weken, en nóg twee, en toen bleef het land gewoon dicht voor onbepaalde tijd. Of nou ja, in ieder geval tot na de Olympische Spelen, of zo. Want die gingen voor.

Ik heb alles geprobeerd. Ik heb loopholes en uitzonderingen geprobeerd te vinden, maar die zijn er in mijn situatie niet. Ik heb dagelijks als een malle het nieuws gecheckt, covid-cijfers bestudeerd en vaccinatie-rates berekend. Maar ik kwam er ook achter dat die cijfers vrijwel geen enkele invloed hebben op politieke besluiten, en dat duidelijkheid verschaffen aan een stelletje enge gaijin die níet heel hard kunnen rennen of roeien nu eenmaal weinig prioriteit heeft bij Japanse politici. Heck, ik heb zelfs met Nederlandse en EU-ambassadeurs in Japan gesproken – via Zoom, natuurlijk. Maar het mocht niet baten.

Ondertussen heb ik maar weer een huis voor mezelf geregeld. Een duur, tijdelijk appartement. Maar nog langer logeren ging echt niet, en mijn werk in Nederland gaat gewoon door, dus ik moet me wel een beetje kunnen concentreren. Ik mag niet instorten, want voor mijn verhuizing naar Japan is het belangrijk dat ik een goedlopende business heb. En dat ik überhaupt nog energie heb, om die hele verhuizing voor elkaar te krijgen.

Want zodra ze straks in Japan besluiten dat ik er weer in mag, staat mijn leven op z’n kop. Dan moet ik als een malle naar de ambassade voor mijn visum, maar ook dit appartement leegruimen, belastingdingen regelen, verzekeringsdingen regelen, een nieuw vliegticket boeken (ik hoop dat mijn vouchèr nog geldig is), een quarantaine-accommodatie in Japan regelen… En ondertussen moet die goedlopende business natuurlijk gewoon goed door blijven lopen.

Dit hele jaar is een masterclass omgaan met veranderingen. “Ik kan dit helemaal niet”, roept mijn hoofd wekelijks. “Je moet wel”, roep ik terug. Want ja, wat moet ik anders? Mijn droom laten varen? Nope, gaat niet gebeuren. Dus we gaan groeien.

Bianca Toeps schreef ‘Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ (2019) en kinderboek ‘Ik ben autastisch!’ (2021) bij Blossom Books. ‘Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit’ verscheen in 2020 ook in het Engels, onder de titel ‘But you don’t look autistic at all’ en is te koop via Bol.com. Van het Nederlandstalige boek zijn inmiddels 20.000 exemplaren verkocht.


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.