vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

11 januari om 11:13

De wereld op z’n kop

Doclines in gesprek met zorgadviseur Kim

KOPP-KOV illustratie

Illustratie: Loes Jongerling

Kim, zorgadviseur met een KOPP-verleden, wil docenten uit het basis- en middelbare onderwijs een andere kijk op kinderen meegeven. Degenen die niet om aandacht vragen, hebben deze vaak het hardst nodig, meent ze. In gesprek met Doclines vraagt ze zich af: zien leerkrachten KOPP/KOV-kinderen niet te gemakkelijk over het hoofd?

Het lag soms op het puntje van haar tong. Zo graag had ze willen praten over haar thuissituatie. Toch kwam dat moment er niet. 
Kim (52), die wegens gevoeligheden naar haar familie toe anoniem wil blijven, is de jongste van haar gezin. Ze groeide op met twee zussen met borderline en een moeder met het narcistische persoonlijkheidsstoornis. Er was een herhalend patroon van aantrekken en afstoten tussen haar moeder en zussen, “en dat is er nog”, vertelt ze over haar familieleden, die het contact met haar definitief verbraken.

Het besef dat ze in een ongewone thuissituatie leefde, ontbrak. Toch stortte ze zich vol op school en zocht ze de steun en warmte elders: na schooltijd bij een vriendin, ’s avonds bij de overburen of bij haar toevlucht op de manege: haar pony.
Dat er sprake was van een onhoudbare situatie, was lang onbekend voor omgeving. “Mijn moeder was meester in manipuleren. Als er iemand op bezoek was, speelden we een ogenschijnlijk goede familie. En ze kookte fantastisch, wat ook niet hielp”, vertelt Kim.

Alleen door storm

Haar ouders stelden hoge verwachtingen aan haar: hoge cijfers behalen, het zonnetje in huis zijn en geen gezeur. Regelmatig werd ze tot drie uur ’s nachts wakker gehouden door haar moeder om naar haar te luisteren en te steunen. Die ik-doe-mijn-stinkende-best-houding die ze dagelijks tot het extreme
aanhield, maakte haar op jonge leeftijd zelfstandig. Dit resulteerde er in dat ze over het hoofd gezien werd door docenten. “Voor school hoefde ik niet veel te doen. Dat was mijn rots – daarom viel ik niet op”, concludeert ze. Toch ziet ze gemiste kansen van leerkrachten als ze terugblikt op haar basisschooltijd. Zoals het moment dat klasgenoten tijdens een hevige onweersbui werden opgehaald door hun ouders. En Kim de enige was die overbleef en alleen naar huis liep door de stromende regen.

Op haar zevende sloeg haar moeder haar in elkaar en ontstonden er diepe scheuren in het vertrouwen. “En toch bleef ik voor haar zorgen”, vertelt Kim. En hoewel ze uitblonk op school en een VWO-advies kreeg, kelderde haar zelfbeeld tijdens de middelbare school ging. Toen ze in de puberteit kwam, ging het mis op school. Kim bleef zitten en de docenten twijfelden voor het eerst of ze het niveau wel aankon. “Tegelijkertijd stelde ik mezelf vragen als: wie ben ik en wat ben ik waard?” In die tijd schreef Kim dagboeken, –  “die ik absoluut niet wil teruglezen” – en waar ze haar ellende in uitte. Hierin schreef ze dat ze één zorg had: haar moeder. Tijdens haar eindexamenjaar kampte ze met een ernstige depressie en een minderwaardigheidscomplex. Desondanks wist ze haar diploma te behalen. “Daarna was ik op. Ik wilde niet meer”, vertelt ze. 

KOPP-verleden

Op haar 21
belandde ze in de geestelijke hulpverlening. Een ommekeer in haar leven, blijkt achteraf. Kim blijkt een Kind met een Ouder met een Psychische aandoening (KOPP) te zijn. Het opende haar ogen: nooit had ze zich gerealiseerd dat ze een zieke moeder had. “De buitenwereld dacht dat het goed met mij ging en ik bekeek de wereld door de ogen van mijn moeder”, verklaart Kim.
Een normaal leven opbouwen heeft de nodige moeite gekost: na jarenlange en intensieve therapie omringde ze zich door een warme vriendengroep en ging ze in de zorg werken. En toch, als zich weer iets stressvols in haar leven voordoet, komen haar jeugdjaren weer bovendrijven.

Blinde vlek van docent

Kim wil docenten uit het basis- en middelbare onderwijs meegeven vraagtekens te zetten bij leerlingen die hun gevoelens niet uiten, zoals een kind dat altijd lacht. “Het uiten van gevoelens kan voor kinderen buitengewoon ingewikkeld zijn”, betoogt ze. Dat maakt dat nu de meeste aandacht van docenten uitgaat naar kinderen die moeilijk leren of om aandacht vragen. En ja, ze hoort het ook om haar heen, docenten hebben het te druk met dertig kinderen in één klas. Toch hoeft het signaleren van kwetsbare kinderen niet veel tijd te kosten. Zo kan een leerkracht de thuissituatie bespreekbaar maken door klassikaal de thuissituatie ter sprake te brengen. “Daarnaast kan een docent sneller een deskundige erbij halen, zoals tijdens een oudergesprek”, vertelt ze.

Aan de basis van het probleem ligt een gebrek aan kennis van docenten, stelt ze. Er zou in het onderwijs meer beroep gedaan moeten worden op ervaringsdeskundigen. Bovendien zouden sommige scholen minder prestatiegericht moeten zijn, vindt Kim. “Dan is er geen oog meer voor KOPP/KOV-kinderen.”

En toch blijft het ingewikkeld  –  kwetsbare kinderen zijn nou eenmaal lastig te herkennen, zeker bij ouders met een verslaving. “Maar als een ouder er openlijk over kan praten, is dat al een hele stap.” Ook weet ze dat kinderen hun problemen niet met leeftijdsgenoten delen. “Daarom is het zo belangrijk om als docent te laten zien dat je een luisterend oor hebt.” 

Kim werkt ruim 28 jaar in de ouderen- en gehandicaptenzorg en geeft advies en trainingen aan zorgverleners. Het omgaan met KOPP/KOV-kinderen is een terugkerend thema. Mede door haar eigen ervaring pleit ze voor meer kennis van kwetsbare kinderen door zorgverleners handvatten te geven met betrekking tot KOPP/KOV-kinderen. 

Tekst: Gaiwa Slooten


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.