vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

14 april om 10:00

Dossier Dochter: Case manager

“U behoort niet tot mijn roedel” 

In ‘Dossier Dochter’ blogt Rikkie (52), moeder van een autistische dochter (15), wekelijks over de hordes en de hobbels van een leven met een dochter met autisme. Lees hier meer blogs van Rikkie.

“U behoort niet tot mijn roedel” Om mij in mijn zorgellende te ondersteunen, werd ik doorverwezen naar het ondersteuningsteam van de gemeente. Uiteraard ging er een wachtlijstje aan vooraf (“even volhouden hoor”), maar uiteindelijk kreeg ik dan toch een casemanager toegewezen. Of casusregisseur. Het klinkt in ieder geval chique.

Met deze dame klikte het wel en we hadden in het begin goede gesprekken. Wat zij en ik echter niet voorzien hadden, was dat onze situatie in rap tempo in een héle ‘pittige’ casus veranderde. Naast dat mijn dochter definitief uitviel in het basisonderwijs, en dus een thuiszitter werd, stortte de boel ook privé volledig in. Door allerlei onvoorziene en onvoorspelbare omstandigheden verloor ik mijn baan en daarmee mijn inkomen en werd het lastig mijn huur en rekeningen te betalen. 

Ik had er een dagtaak aan om mijn huishouden en gezin overeind te houden.

Regelmatig moest ik dan ook op gesprek komen bij de casemanager. “Wil je koffie?”, begon ze ieder gesprek. Waarop ik steevast antwoordde: “Ja graag, met het liefst een stevige borrel erbij.” Helaas negeerde ze deze opmerking en moest ik met alleen met koffie doen. Na een tijdje kwam ze met de volgende mededeling: “Sorry, ik kan het allemaal niet meer aan. Jouw ellende wordt mij teveel.” Vreemd, ik word wel geacht om in mijn eentje voor mezelf en mijn twee kinderen te zorgen in deze onmogelijke situatie, maar zij – die er nota bene voor betaald wordt en er niet midden in zit – vindt het allemaal te veel. Gelukkig had ze een oplossing: er zou een tweede casemanager bijkomen. Ze had al iemand op het oog, die ook nog eens beschikbaar was en “heel goed is, hoor.” Mijn casemanager was erg gecharmeerd van haar collega. Nu ik nog. 

Een weekje later werd ik uitgenodigd voor een gesprek, om onder het genot van een kop koffie (maar helaas zonder borrel) kennis te maken met casemanager nummer twee.  

Terwijl casemanager nummer twee zich voorstelde, zei een klein stemmetje in mij: deze vrouw wordt ‘m niet. Nu ben ik netjes opgevoed en heb ik geleerd om iedereen een kans te geven, dus ‘alléz’, ik besloot haar het voordeel van de twijfel te geven.

Beter werd het er niet op. Het gesprek verliep verre van lekker. Al in de eerste minuten werd duidelijk dat wij ons niet op dezelfde frequentie bevonden. Ik kon haar niet bereiken en zij mij niet. Haar hele ‘energie’ gaf mij de kriebels. Zij behoort tot het type dat je heel goed laat merken dat zij hier de deskundige is, die jouw case wel eventjes zal oplossen. Punt. Geen idee hebbende hoe het in de praktijk daadwerkelijk werkt.

Mijn intuïtiestemmetje schreeuwde aan het einde van het gesprek: zet je maar schrap, deze vrouw gaat jou een hoop gedoe bezorgen.

Een week later werd ik weer op de koffie uitgenodigd (nope, weer geen borrel). Casemanager nummer één was nieuwsgierig naar wat ik van haar collega vond.

Ik had een week de tijd gehad om diep na te denken en in gesprek te gaan met mijn intuïtie. Ik had mezelf vermanend toegesproken dat ik dit keer eens niet zo moeilijk moest doen en vertrouwen moest hebben. Helaas was ik toch tot de volgende conclusie gekomen en die sprak ik dan maar uit: in mijn beleving is casemanager nummer 2 een mooie poedel, terwijl ik eerder het type pitbull ben, dat zich overal in vastbijt. En ik laat niet los totdat ik mijn doel heb bereikt. We zijn zulke verschillende wezens dat een samenwerking in mijn ogen niet gaat werken. Tegenover mij moet je een andere pitbull zetten; iemand die van aanpakken houdt en dingen wil oplossen.  Deze dame is eerder iemand die op een stoel mooi zit te wezen met in haar hand een kopje thee. Ik vrees dat je met deze houding niet veel bereikt.

Casemanager één was niet gecharmeerd van mijn antwoord. Helaas was er binnen de organisatie geen type pitbull beschikbaar, dus ik moest het er maar mee doen. En zij met mij. Nou, dat heb ik geweten hoor. Ze liet me al vrij snel merken dat ik niet in haar ‘roedel’ paste. Ik was in haar ogen een vervelend beest, bah!

Casemanager twee probeerde haar taken regelmatig in mijn schoenen te schuiven: “Als jij nu eens op zoek gaat naar een aantal therapeuten en een lijstje indient, dan kijk ik daarna met wie wij een contract hebben.” “Wablief?” “En als jij nu eens in je bestand kijkt en mij volgende week een lijstje met vijf namen inclusief telefoonnummers geeft, dan kijk ik daarna met wie ik ga bellen.” Dat dacht ik dus niet, dus ik hapte hard terug. 

Mevrouw moest ook een wijziging aansturen m.b.t. het taxivervoer van de dochter. Na zeven maanden thuiszitten zou de dochter dan eindelijk op speciaal onderwijs starten om daarna naar een observatiegroep te gaan in het naastgelegen pand. Om het taxivervoer te regelen had ze drie weken eerder van de school van mijn dochter een duidelijke e-mail ontvangen. Met daarin een overzichtelijke opsomming van haar schooltijden en de diverse locaties. 

Het bleek een onmógelijke opgave. Dus meldde casemanager twee het hele taxivervoer gewoon maar af. Dit deed ze twee dagen voor de start van de school. Helaas kwam dit vervelende beest hier tijdig achter, omdat ik er inmiddels gewend aan ben geraakt iedere actie die met mijn dochter te maken heeft te controleren. Check, check, dubbel check. Maar goed dat ik dat gedaan heb en je begrijpt: dit heeft ze geweten. Zoals het een pitbull betaamt heb ik teruggebeten: je bent niet capabel. Punt.

Een jaar later werd ik weer op de koffie uitgenodigd. Ik vroeg dit keer niet om een borrel. Het betrof hier een zogenaamd evaluatiegesprek waarin onze samenwerking met terugwerkende kracht besproken werd. Het was een jaar vol irritatie en extreme uitputting omdat ik naast alle ellende thuis ook nog eens twee(!) casemanagers leek te moeten aansturen. Ze vroeg me aan het einde van ons gesprek of ik nog toekomstplannen had. Waarop ik antwoordde: “Op jouw stoel zitten, want dan weet ik tenminste zeker dat alles goed geregeld wordt met als pluspunt dat ik er ook nog eens leuk voor betaald word.” Ze vond dit geen goed idee. 

Casemanager nummer 1 kwam nog met een fijne conclusie over een jaar vol miscommunicatie, stress en ergernis: “Je had gelijk, jullie waren geen goede match, maar dat neemt niet weg dat ze heel goed in haar werk is, hoor.”

 

 


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.