vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

17 maart om 10:00

Dossier dochter: Open dag

brugpiepers

Na een jaar speciaal basisonderwijs, waarbij mijn dochter in één jaar de lesstof van groep 7 en groep 8 wist te beheersen, volgde er een gesprek op school: ‘en wat nu?’ Wat betreft leeftijd en kennis zou zij prima naar het middelbare onderwijs kunnen doorstromen. Maar ja, er waren dan toch wat ‘belemmeringetjes’.

Het advies was speciaal middelbaar onderwijs op havo/vwo niveau, gevolgd door de ‘heuglijke’ boodschap: er is echter welgeteld maar één school in deze regio die dit aanbiedt. En deze school is op ‘slechts’ 30 km afstand van ons huis verwijderd, enkele reis. 

Deze school hield een open dag voor toekomstige nieuwe leerlingen. Altijd interessant, dus gingen mijn dochter en ik vol goede moed op pad. Tenminste, ik zat vol goede moed, zij verre van. Ja, ik begrijp best hoe eng zo’n dergelijk uitje is voor iedere scholier, leerling, ongeacht of ze een diagnose hebben of niet.

Bij aankomst had het gebouw de uitstraling van een echte, middelbare school. Het was groot, met  sportvelden erbij en een laagbouw, dat aan de zijkant gelegen was. Dit bleek de plek te zijn voor de ‘brugpiepers’, zodat ze niet direct verloren in het grote pand hoefden te dwalen.

We waren mooi op tijd en dat gaf ons de kans om – zoals mijn dochter dat wenst – achter in het lokaal te gaan zitten. De ruimte stroomde vol met ouders en kinderen. De één was duidelijk enthousiast en geïnteresseerd in de nieuwe stap, de ander met de uitdrukking op het gezicht: ‘kunnen we nú omkeren en weggaan alsjeblieft’. Mijn dochter behoorde overigens tot de laatste categorie.

Tijdens een open dag is het de bedoeling dat je luistert naar de uitleg van de toekomstige mentoren. Je krijgt immers informatie, die belangrijk is. Maar mijn dochter kon het luisteren niet opbrengen, omdat ze boordevol vragen zat die ze non-stop in mijn oren fluisterde;

“Mam, heb je die muren gezien?!” 

“Huh?”

“Uh ja witte en blauw geverfde muren. Mam, die kleur blauw hè, daar kan ik dus niet tegen!” 

“O, ja zou ook niet mijn keuze zijn, maar ik denk niet dat ze die voor jou gaan overschilderen. Sorry.”

“Mam, zie je al die briefjes naast het bord hangen?! Dat is heel verwarrend, daar kan ik dus niet tegen hè!” 

“Uh, ja ik zie ze hangen, maar ik denk dat daar belangrijke dingen op staan. En misschien is dat enkel nu.”

“Mam, hoor je dat! In de pauze moet je eerst binnen blijven en samen je brood eten en daarna pas mag je met de hele klas naar buiten. Dat wil ik niet. Ik wil zelf naar buiten kunnen. Alleen.” 

“Ja, ik hoor het ook.”

Daarna volgde een rondleiding door het grote pand.
“Mam, zie je die groene verf op de muren?! Die is echt spuuglelijk! Daar kan ik dus niet tegen hè!” “Ja, ik zie het, ach best fris. Maar nogmaals, ze zullen waarschijnlijk niet alles gaan verven, meisje.”

Maar verder heeft de dochter weinig eisen…. En toch, ik begrijp haar. Ik begrijp dat een specifieke blauwe kleur verf op de muren voor haar heel storend kan zijn. Zeker als je daar vijf dagen in de week naar moet kijken. Of beter, door ‘gestoord’ en geprikkeld wordt. En dat ze wordt afgeleid door een rij A4’tjes, die naast het bord hangt en het moeilijk vindt dat het verboden is om tijdens de  pauze er even in haar eentje tussenuit te piepen, omdat ze wil ontsnappen aan de ruimte en klasgenoten.

Ik ben volwassen en kan me inmiddels redelijk aanpassen of me (tijdelijk) over zaken heen zetten. Al kan ik ook, vanwege het feit dat ik een hoogsensitief persoon ben, door zomaar iets geprikkeld raken. Zoals bijvoorbeeld door een kleur verf. Zij kan dat (nog) niet. Is ze dan lastig of veeleisend? Nee. Ze is wie ze is. En het is niet aan mij om bij haar de – volwassen – verwachting neer te leggen om zich dan maar aan te passen en niet zo flauw te doen.

Ik verwacht echter niet dat, als ik bij de school een verzoek indien om de kleuren verf op de muren aan te passen, de directie hieraan gehoor geeft. Gelukkig kwam er ook een einde aan de open dag. Vanaf het moment dat we de reis naar huis startten, begon de dochter te foeteren. En dit ging maar door: 30 km en een half uur lang.

Ik vroeg me ondertussen af hoe het in de auto vergaat van ouders die deze reis iedere dag moeten maken. En mij wachtte in de toekomst dus tweemaal per dag en dan vijf dagen in de week een lange rit met een overprikkeld kind. Dat beloofde wat. Met dank aan de bezuinigingen, die het onmogelijk maakten om voor mijn dochter een andere vorm van vervoer aan te vragen. Ik parkeer de auto voor de deur en weet inmiddels zonder enige twijfel: dit wordt ‘m dus niet.

Gelukkig blijkt later dat er een mogelijkheid is om bij de gemeente taxivervoer aan te vragen. Daar wil ik heel graag gebruik van maken, want 5 dagen per week 30 km met een foeterend kind heen en weer rijden, zie ik niet zitten. 

De volgende dag ontving ik een telefoontje van de orthopedagoge van mijn dochters huidige school. Ik heb een héle goede klik met haar en we hebben weinig woorden nodig om elkaar iets duidelijk te maken. Ze vroeg me hoe de open dag verlopen was. Aan de iets te lange stilte van mijn kant maakte ze voldoende op. Voordat ik  eerlijk antwoord kon geven, zei ze: “Goed, we moeten dus z.s.m. om de tafel om een andere optie te zoeken. Wanneer kan je?” Kijk, zij begrijpt mijn dochter. En mij. 

In ‘Dossier Dochter’ blogt Rikkie (52), moeder van een autistische dochter (15), wekelijks over de hordes en de hobbels van een leven met een dochter met autisme. Lees hier meer blogs van Rikkie.


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.