vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

22 oktober om 10:00

Dossier Dochter: Taxibusje

"Een wanhopige poging om haar rugzak niet nóg zwaarder te maken"

In ‘Dossier Dochter’ blogt Rikkie (52), moeder van de autistische Jessie (15), wekelijks over de mooie en de moeilijke kanten van een leven met een dochter met autisme. In het eerste blog in deze serie blikt Rikkie terug op de tijd dat Jessie verhuisde van regulier naar speciaal basisonderwijs. Opeens was Jessie een ‘busje-kind’, maar daar zat Rikkie geen moment mee. 

Voor dochterlief, destijds 11, met autisme blijkt het reguliere basisonderwijs niet haalbaar. Jessie gaat na zeven maanden thuiszitten en het non-stop drammen van mij naar speciaal onderwijs. De vooruitzichten waren dat het toch zeker nog minimaal drie maanden extra wachten zou worden, dus bijna een jaar géén onderwijs, maar met een factor geluk kwam er alsnog een plaatsje vrij. Halleluja.

Het was een hele zoektocht om in onze regio een school met speciaal onderwijs in het aanbod te vinden. Best raar eigenlijk. Kijkend naar de ellenlange wachtlijsten en het aantal thuiszitters (al vraag ik me af of ze in Den Haag hier ook van op de hoogte zijn) blijkt deze vorm van onderwijs eerder wegbezuinigd dan opgestart.

Ook bij de term ‘passend onderwijs’ vraag ik me geregeld af wie zich hier nu eigenlijk moet aanpassen? Het kind of de docent (die hier nota bene voor betaald wordt)? De leerkracht moet er tenslotte toch voor zorgen dat ook een kind dat passend onderwijs volgt aan het eind van het jaar, hoe dan ook, de voorgeschreven lesstof beheerst? Net als alle andere kinderen. En of dit kind zich überhaupt gelukkig voelt, laten we voor het gemak maar even achterwege.

De nieuwe school van Jessie is helaas niet op loop- of fietsafstand gesitueerd. 17 kilometer enkele reis is toch ferm doorlopen of fietsen. Geen optie dus. Helaas was ik zelf niet meer in staat om de dagelijkse ritten met mijn dochter af te leggen. Uitgeschakeld als ik was door een burn-out, mede te danken aan het non-stop drammen over een geschikte school voor mijn dochter. Als oplossing om er voor te zorgen dat mijn dochter toch – immers wettelijk verplicht – onderwijs mag genieten en op de plaats van bestemming arriveert, is er ‘het taxibusje’.

Onze straat is zo’n oude, gezellige arbeiderswijk, met éénrichtingsverkeer en nul parkeerplaats. Als je niet vroeg genoeg in de middag van je werk thuis komt verhinderen zo’n vijf dagen in de week een busje of vier de doorgang. Daar kwam nu busje nummer vijf bij. Ik vermoed dat bij menig ouder van ‘een busje-kind’ de maatschappelijke sticker bovenop de gediagnosticeerde labels, wel bekend klinkt.

Goh, dat kind gaat met een busje naar school. Daar is iets mee. Da’s ook erg hè. Maar je ziet helemaal niets aan haar?

Nee mensen, mijn kind is niet dat vrolijk kwetterende kind met een kleurig rugzakje op de rug, huppelend naast moeders op weg naar weer een dagje les, vriendjes en gezelligheid. Ja, mijn kind heeft armen én benen, de vader en ik hebben een kind geknutseld met alles erop en eraan. Goed hè?

Mijn kind heeft een voor jullie onzichtbare rugzak op haar rug hangen. Gevuld met een zware lading en vanwege haar prachtige zijn, kan ze niet mee in de door de maatschappij bedachte vorm van onderwijs. Veel kinderen kunnen dat wel, of beter gezegd, moeten dat. Mijn unieke mensje niet.

Tweemaal daags stopt er dus zo’n taxibus gevuld met kinderen die ‘anders zijn’ voor mijn deur. Vind ik dit zielig? Nee. Ik bekijk het op geheel eigen wijze. Mijn dochter heeft eigenlijke een luxe positie. Ik zie kinderen in de stromende regen naar school sjokken, dik ingepakt bij kou, zichtbaar zwetend bij hitte. En mijn dochter? Zij loopt de voordeur uit, stapt in dat busje en ploft op een zitting. Ze wordt niet nat bij regen, de verwarming staat aan bij kou en de airco bij hitte. En na schooltijd wordt ze weer keurig voor de deur afgezet.

En zo heb ik het aan mijn dochter, die zich rot schaamde, ook maar gebracht. Wat ben jij een gelukspoepert. Kwestie van omdenken, weigeren om mee te gaan in de ‘dat is zielig’-modus en een wanhopige poging om haar rugzak niet nóg zwaarder te maken.

Is het dan altijd zo’n feest in ‘dat busje’? Nee, verre, verre van! Die 25 minuten tezamen met andere ‘bofkonten met een labeltje’ in een kleine, bewegende ruimte verkeren is zwaar. Iedere medereiziger heeft zo z’n eigen ‘problematiek’ met de bijbehorende uitingen daarvan. En mijn kind is hiervoor werkelijk een spons vanwege haar autisme en hsp. Na een dag school die al meer dan voldoende van haar vraagt, volgt een drukke retourreis – rit nummer twee – waardoor ze bekaf en zwaar overprikkeld uit het busje stapt. Is dat zielig? Nee. Dat is niet zielig, maar wel begrijpelijk. Ze komt er nu eenmaal niet onderuit om naar school te gaan. Wat ik daarentegen wel ‘zielig’ vind is hoe er naar deze kinderen gekeken wordt. Dit maakt mij alleen nog maar meer vastberaden om aan haar èn anderen uit te leggen dat zij niet zielig is, maar een prachtig, speciaal mensje, met bijzondere kwaliteiten, dus eigenlijk gewoon een gelukspoepert.

Ik sluit de voordeur, kijk naar haar en gun haar alle ruimte om weer bij zichzelf te komen. Daar ben ik tenslotte haar moeder voor. Ik besef maar al te goed hoe intens en verwarrend zij de wereld beleeft. Hoeveel obstakels zij nu, in het verleden en in de toekomst moet aangaan omwille van haar unieke zijn. Bij mij mag ze gewoon zichzelf zijn. Niet zielig, niet raar, niet moeilijk, niet de uitzondering, maar gewoon zichzelf, inclusief al haar gediagnosticeerde kwaliteiten.

Mijn dochter, ik ben er hartstikke trots op!


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.