vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

1 februari om 10:00

Dossier dochter: Want mijn kind kan dat

bezuinigingen en wethouders

Want mijn kind kan dat

In mijn gemeente wonen opvallend veel kinderen die naar een andere vorm van onderwijs gaan dan doorsnee. Hieronder zitten opvallend veel kinderen met de diagnose autisme. Volgens een deskundige waar ik eens de vraag aan heb gesteld hoe dit zo komt, ligt dit aan het feit dat wij in een Brainport Regio wonen. Heel high-tech, snap je? Een bijzonder antwoord, al zeg ik het zelf.

Er rijden dus opvallend veel volle taxibusjes af en aan door de straten. De gemeente voorziet in deze vorm van leerlingenvervoer. Prima geregeld en oprecht fijn dat dit kan. Totdat ene juffrouw de wethoudster in de gemeente zich ermee ging bemoeien. Deze dame had al eerder de nodige commotie veroorzaakt met haar visie dat het jeugd- en jongerenwerk ‘veel beter’ kan. Lees: goedkoper. Nu stortte ze zich op een volgend projectje, namelijk het leerlingenvervoer, omdat dat naar haar mening ‘veel beter’ kan, Lees: goedkoper. Ooit, in een ver verleden, heeft deze dame volgens haar eigen zeggen de studie pedagogiek afgerond en daarom weet zij heel goed wat ‘deze kinderen’ nodig hebben. Ik betwijfel trouwens of ze het diploma daadwerkelijk behaald heeft.

De nieuwe insteek van haar was ‘het zelfstandiger maken van kinderen met een beperking’, dus minder busjes en meer zelfstandig fietsende kinderen. Verder opperde ze om nieuwe ‘opstapplaatsen’ te creëren, (zodat de kinderen lekker met z’n allen braaf in een groep op de taxibus kunnen wachten) én om het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer te stimuleren, van en naar een speciale school.
Kleine ‘notitie’ bij deze gedachte: de meest nabijgelegen grote stad waar wél speciaal onderwijs wordt geboden, ligt op 8 kilometer van ons huis verwijderd. Dat is welgeteld acht kilometer heen en acht kilometer terug. Je kan er alleen komen met de trein en bus en dat betekent dat mijn dochter meerdere keren moet overstappen.

Commotie alom dus bij de vele ouders die – noodgedwongen en met reden – gebruik maakten van het leerlingenvervoer. Er vormde zich al snel een groep bezorgde ouders (onder wie ik) die grote vraagtekens zette bij de aangekondigde plannen van mevrouw de wethoudster. Tijdens de voorstelronde luisterde ik naar de andere ouders en geregeld was ik stil en werd ik diep geraakt.

De vorige commotiegolf had mevrouw het tactisch aangepakt om enige tegenspraak te voorkomen. Ze had haar beleid stiekem doorgevoerd, zodat alles achter de schermen geregeld was, voordat het bekend gemaakt werd. En dan was er niets meer aan te doen en hadden we te maken met een voldongen feit. Daarmee heeft ze toen op een negatieve manier de krant gehaald en daar was men bij de gemeente kennelijk niet van gecharmeerd, dus kreeg ze te horen dat ze haar plannen eerder kenbaar moest maken. En dat leverde ook weer veel commotie op. Het ging weer los.

Het toppunt tijdens de laatste raadsvergadering – waar een groep bezorgde ouders naartoe was gekomen – was de uitspraak van een raadslid, die door de microfoon schalde: “Ik heb zelf een autistisch kind en zij is heel zelfstandig. Wij stimuleren dat en denken dat dit alle kinderen met autisme aan te leren is.” O, dus we gaan op die toer? Uw referentiekader is uw eigen kind en wat zij kan, kan een ander kind dus kennelijk ook.

Wat dacht u hiervan? Mijn dochter is gezegend met een sportieve inborst. Toen zij 13 jaar jong was, nam ik haar eens mee naar mijn sportschool, Nadat ze wat rondgekeken had, besloot ze dat het bankdrukken haar wel leuk leek. Ik vond dat prima: ga maar liggen, ik ben erbij. Tot mijn grote schik, duwde mijn kind met gemak een stang met 30 kilo aan gewicht een aantal setjes van 10 keer omhoog, terwijl ze ondertussen gekke bekken naar me trok. Intensief vond ze het blijkbaar niet. Een zichtbaar goed getrainde krachtsporter stond ons vanaf een afstandje te bekijken en vroeg vol verbazing: “Mag ik u vragen, hoe vaak ze dit doet? “Ze heeft dit nog nooit eerder gedaan”, antwoordde ik hem. ”Dit is de eerste keer.” De sportieve man geloofde me niet en zei: “Maar dat kan helemaal niet wat zij hier doet. Dit is niet normaal! Uw dochter heeft de perfecte techniek en anderen doen er maanden over voordat ze dit een beetje onder de knie hebben. En dan ligt ze ook nog een beetje rond te kijken en gekke bekken te trekken.” Tsja, zo is mijn dochter. Zij observeert eerst iets uitvoerig en voert het daarna identiek en perfect uit. Dit behoort tot één van haar vele kwaliteitjes. Ik bespeurde enige frustratie bij de krachtpatser: “Volgens mij kan ze met gemak nog wel een extra 5 kilo erbij doen.” Mijn dochter nam de uitdaging aan en hing nog eens 5 kilo aan gewichten aan haar stang en hief deze nog eens 10 x de lucht in. De gekke bekken liet ze ook dit keer niet achterwege.

Ja, mevrouw het raadslid, mijn kind kan dat en ik neem aan uw kind ook… Het is een kwestie van stimuleren en dan valt dit aan alle kinderen te leren hoor. Laten we eens een dagje samen afspreken bij de sportschool en misschien kan ze daar zelfstandig naartoe komen. Kan ze ook meedoen. Dat is wel zo gezellig.

Misschien vind je dit een flauwe reactie. Misschien ook niet. Vanaf het moment dat ik kinderen op deze aardbol heb gezet, heb ik een hekel aan ‘vergelijkouders’, die van alles een wedstrijdje maken. Kan jouw kind al zitten? Of los lopen? Kan het al woordjes zeggen of op het potje poepen? Tellen, kleuren, Engelse boekjes lezen? Gevolgd door: want mijn kind kan dit allemaal…

Natuurlijk stimuleer ik mijn dochter in haar zelfstandigheid en ontwikkeling. Elke dag weer. Echter, in mijn beleving is de ontwikkeling van ieder kind, met of zonder diagnose(s), uniek. Elk kind ontwikkelt en leert op geheel eigen wijze, in een eigen tempo. Kunnen wij als volwassenen er alsjeblieft eens mee ophouden om de ontwikkeling van ons eigen kind te projecteren op dat van een ander waarbij we het vervolgens be- of veroordelen?!

Ik keek rond in de grote groep aanwezige ouders en besefte maar al te goed hoe pijnlijk deze uitspraak voor een aantal ouders moest zijn. Mij raakte het ook. Niet zozeer vanwege wat mijn dochter wel of niet kan, maar omdat ik de opmerking volkomen respectloos vond.

Helaas is het nieuwe plan er gewoon doorgedrukt. Het is overigens geen succes geworden. En terwijl mevrouw de wethoudster met haar pedagogisch verantwoorde plannen bezig was, heeft ze gesolliciteerd op een meer uitdagende functie in een andere gemeente. Ze is nog aangenomen ook. Mogelijk vanwege haar kostenbesparende inzichten. Of was het haar diploma pedagogiek dat de doorslag gaf?

In ‘Dossier Dochter’ blogt Rikkie (52), moeder van de autistische Jessie (15), wekelijks over de mooie en de moeilijke kanten van een leven met een dochter met autisme. 


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.