vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

28 mei om 15:16

Een uniek stukje historie

Dinsdag 11 mei

 

Beste Monique,

Met mijn vaste filmploeg zou ik een bezoek afleggen aan het Scheepvaartmuseum in Amsterdam met als hoofddoel de bezichtiging van het museumgebouw en het onlangs gerestaureerde V.O.C.-schip ‘De Amsterdam”.  

Nu zal men denken: de musea zijn toch gesloten uit voorzorg, om coronabesmetting te voorkomen? Dat klopt.  Het Scheepvaartmuseum is officieel nog niet toegankelijk voor publiek, maar voor ons werd een uitzondering gemaakt in verband met een werkopdracht voor mij. Daarover straks meer.

Op het station van Velp trof ik de filmploeg aan met wie ik het Scheepvaartmuseum zou gaan bekijken. Met de trein reisden we naar Amsterdam.  De tocht verliep buitengewoon vlot. Sneller dan verwacht arriveerden we op het Centraal Station van Amsterdam.  We verlieten trein en station en buiten, aan de IJ-zijde van het station, wachtte een taxi voor de rit naar het museum.

Verderop zag ik het indrukwekkende gebouw opdoemen.  De taxi stopte voor een ingang met een bruggetje aan de Kattenburgsestraat.  Ik stapte uit en bij de toegangsdeuren stond een keurig geklede heer me op te wachten. Het bleek de gids., die me hartelijk verwelkomde.

Het eerste dat mij opviel toen ik het gebouw binnentrad, was de stilte en de overweldigend ruime binnenplaats met daarboven een fraai uitgevoerde koepel van glas en staal. De koepel liet veel buitenlicht door en het stalen frame had de karakteristieke vorm van een geometrisch spinnenweb. De muren rond de binnenplaats van het museum waren prachtig. Zeer strak gebouwd met effen beige steen met daarin bescheiden vensteropeningen. Op de begane grond markeerden bogengalerijen de omgang om de binnenplaats.

Inmiddels liep het tegen enen. Ik kreeg zin in een lunch. Het museum had speciaal voor mij een heerlijk middagmaal klaargezet in de vorm van verrukkelijke volkorenbroodjes, vruchtensap en nog meer. Dit was voor mij de perfecte manier om even bij te tanken na de lange treinreis en weer fit te worden voor de rondleiding. De gids wees de plek aan waar ik in mijn eentje kon gaan lunchen (dat is rustiger voor mij en zou ik ongestoord kunnen genieten van de  verrukkelijke broodjes ) en de filmploeg mocht plaatsnemen in een mooie kantine met souvenirwinkel.

De ruimte waar ik mijn maaltijd nuttigde bood een prachtig uitzicht. Op de voorgrond ontwaarde ik een levensgroot V.O.C.-schip. Het bleek niets minder dan de ‘De Amsterdam’ te zijn, het zo veelbesproken schip van het museum. De afmetingen van dit vaartuig spraken mij tot de verbeelding. Ik wist niet dat 17e-eeuwse en 18e-eeuwse handelsschepen zo groot waren! Op de achtergrond aanschouwde ik het silhouet van Amsterdam en de Prins Hendrikkade. Onmiskenbaar stak de Sint-Jacobskerk met haar twee spitsen en halfbolvormige koepel boven alles uit. Het leek wel een tafereel in de stijl van Jacob Olie, de beroemde fotograaf die aan het einde van de negentiende eeuw het oude Amsterdam zo fraai vastlegde.

Hoewel het middelmatig weer was met veel bewolking en zo nu en dan een buitje, vond ik het uitzicht adembenemend. Wat een mooi geheel vormde dat enorme V.O.C.-zeilschip met al het water en de skyline van de stad! Ik blijf Amsterdam een unieke plek in ons land vinden en van alle grote steden in het Westen voel ik me hier het meest thuis.  Na Velp voelt het min of meer als een tweede ‘home’.  Niet alleen de dorpse gezelligheid, het vele groen en de sfeer uit het verre verleden geven de stad ambiance, ook het feit dat ik inmiddels al flink wat mensen ken die in Amsterdam wonen. Het zijn dikwijls opdrachtgevers, die ik  bijzonder aardig vind. Als ik er rondloop, voel ik in mijn hart hun trouwe aanwezigheid. Zij brengen mij dichterbij de wereld en dan ook nog eens op een prettige wijze.

Toen ik de lunch op had, startte de rondleiding. De bezichtiging van het museum had niets te maken met de museumvoorwerpen en reguliere attracties in het gebouw, want  die waren er niet.   In verband met de voorzorgsmaatregelen tegen corona lagen deze op speciale zolders opgeslagen of waren ondergebracht in andere ruimtes. We bleven op de begane grond die helemaal vrij was van alles. En het was er muisstil. We bleken de enigen te zijn die er rondliepen! Het was heel speciaal om dit mee te maken.

De rondleiding stond geheel in het teken van de opdracht om het museumgebouw en ‘De Amsterdam’, die vlak aan het gebouw aangemeerd lag, op papier te zetten. Niets vind ik zo prachtig symbool staan voor de historie van de Nederlandse koopvaardij en vaderlandse trots als het gebouw van het Scheepvaartmuseum met het schip ‘De Amsterdam’ ervoor. Het is tevens een fantastische uitdaging!

Om het museum en het schip goed op de foto te zetten, maakten we een wandeling naar de overkant van het water, aan de zijde van de Prins Hendrikkade. Daar zouden we een optimaal beeld krijgen van het geheel.  De gids nam me mee naar buiten om aan de overzijde het kersvers opgeknapte schip uitgebreid te bewonderen. We daalden de trap van het museumgebouw af en liepen   door naar het schip. We hoefden gelukkig niet een valreep op te klauteren om het vaartuig in alle luister te bekijken. Een kunstmatig gemaakt luik in de romp verschafte ons op comfortabele wijze toegang tot ‘De Amsterdam’.

Het benedendek en het ruim was een bezienswaardigheid op zich. De houten constructies waren voor vroeg-achttiende-eeuwse begrippen op verbazingwekkende wijze tot stand gebracht. De lage, halfduistere laad- en verblijfsruimtes met lichtinval van buiten door openingen aan de zijkant, deden denken aan een ouderwets houten clubhuis van een of andere sportvereniging. We roken de geur van nieuw hout en pas geverfde objecten aan boord van het schip. Een schilder was bezig een oud kanon te restaureren.

Van de benedendekken liepen we een steile trap op naar het bovenmiddendek. Daar bevonden zich de   stuurinrichting, het buitenverblijf voor gewone zeelieden, opstelconstructies voor de masten en het oplaadrad van het anker. Eigenlijk was dit het gewone werkdek.

De gids vond ik een hele bijzondere man. Hij was hartelijk, spontaan en vol humor en speels welhaast. Op onnavolgbaar boeiende maar koddige wijze van vertellen, verrijkte hij me met nieuwe kennis. Ik luisterde aandachtig naar de geschiedenis van het zeemansleven. Ook de vroegere functie van het museumgebouw belichtte hij. In de 17e eeuw was het geen museum, maar een scheepsmagazijn en pakhuis voor vrachten, onderdelen van grote schepen en benodigdheden voor de bemanning. Het was meer een gewone rederij maar dan in ‘luxe-uitvoering’.

Terwijl een uitleg vol spraakmakende wetenswaardigheden volgde, bekeek ik aandachtig de kombuis – het privaat dat zich helemaal aan de boegzijde bevond – en de gigantische masten met ingewikkeld samengesteld touwwerk dat bevestigd was aan grote katrollen en hefbomen.  Als aardigheid kreeg ik van de gids een doos toegewezen. Daarin bevond zich een steek. De steek van een stuurman uit de achttiende eeuw. Ik zette het zwarte, van fluweel(?) vervaardigde hoofddeksel op en poseerde fier aan het stuurrad. Camera! Klik!

Tot slot toonde de gids het vertrek van de hoogste bemanningsleden. Daar vertoefden de kapitein, hoge officieren en andere belangrijke personen aan boord. Aan het einde bevond zich de deftige eetkamer. Op een zware houten tafel prijkten houten imitaties van gebraden kippen, plastic vruchten en glazen drank in vaste vorm. Alles was gehuld in schemerachtig oranjegeel licht.

Aan de wand van het eetvertrek waren hangkasten, pistolen en primitieve portretten van mensen (vrouw of vriendin) te zien. Het waren vast mensen die de bemanningsleden zouden gaan missen als ze op zee waren.

Even later zat ik met de gids in het vertrek achter de eetzaal op een bank, aan een rij vensters.  Het betrof het hoofdkantoor van het schip met in het midden het bureau van de kapitein. De vensters die de achtergevel van ‘De Amsterdam’  markeerden, boden licht aan de werkplek van de hoogste baas aan boord. De ramen met een fijn rechthoekig maaswerk van houten latten, oogden elegant. De kleine, maar weinig ter zake doende, halfgordijntjes zorgden voor een extra sierlijk geheel. De kapitein had kennelijk optimale ergonomie voor zijn beroep.

Ik kon mijn ogen er niet van afhouden! Ik bleef kijken en me verwonderen!  Zowel de geheimzinnige sfeer in de eetzaal als het kantoor-in-stijl van de kapitein.  De gids zag het en kreeg allengs in de gaten hoezeer ik geboeid was.  Plotseling kwam hij met het verzoek of ik ook het eetvertrek van dit schip zou willen tekenen.  Reden voor zijn verzoek was dat er eigenlijk nauwelijks of geen getekende afbeeldingen bestaan van scheepsinterieurs van 17e en 18e-eeuwse V.O.C.-boten. Zeker niet van de ‘deftiger’ vertrekken aan boord, zoals deze eetruimte.

Natuurlijk wilde ik er een tekening van maken! Ik vond het verzoek te mooi om af te slaan.

Ik maakte een foto in de juiste hoek van de ruimte opdat er genoeg perspectief in kwam met alle attributen erop. Te midden van alle grote opdrachten dit jaar, leek het me een leuke ‘tussenopdracht’. Ik ben benieuwd in hoeverre het me zal lukken dit mystieke plekje uit te werken.

Langzaam maar zeker kwam de bezichtiging van het schip ten einde. We besloten naar de overkant van het water te lopen opdat ik foto’s kon maken van het museumgebouw en het schip.  Na een wandeling om het water waarbij we verschillende geurtjes opsnoven van teer, gecarameliseerde suiker en rotte vis stonden we op de plek met het mooiste uitzicht.  Hoewel ik het niet makkelijk vond om er goede opnames te maken, lukte het me uiteindelijk een positie te vinden van waar ik alles op de gewenste wijze in beeld kreeg.

Kritisch bekeek ik de foto’s op het scherm van mijn camera en er bleken heus geslaagde foto’s tussen te zitten. De afdrukken in de winkel zouden het definitieve resultaat uitwijzen.

We keerden we terug naar het museumgebouw, alwaar de rondleiding werd afgesloten.  We namen afscheid van elkaar en niet lang daarna arriveerde de taxi om me te halen voor de rit naar het Centraal Station.

Net als de heenreis kende ook de tocht terug naar Velp geen oponthoud.  Ruim een uur later stond ik vol voldoening en blijdschap bij de voordeur van mijn woning.

Wat een onvergetelijke dag had ik achter de rug, mag ik wel zeggen! Wat een bijzondere indrukken heb ik opgedaan! Zo geslaagd allemaal!  Scheepvaartmuseum of niet, Amsterdam blijft boeien en verrassen!

Ik verheug me op het tekenwerk dat ik straks kan gaan verrichten. Nog even en dan kan ik ermee aan de slag. Wellicht begin-volgende week?

Hartelijke groeten,

Kees


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.