vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

20 augustus om 16:45

Een wild avontuur in ’s Hertogenbosch

Brabanders zijn doorgaans gezellig, maar in Den Bosch zag Kees daar niks van terug.

Zaterdag 18 maart 2017

Beste Monique,

Ik heb een uitgebreid verslag van gisteren geschreven.

Ik heb tweeëntwintig foto’s, die ik je wil toezenden om ze online te plaatsen.

Ik ben gisteren in ’s Hertogenbosch geweest en heb behalve van het huis van mijn klant vooral foto’s genomen van de kathedraal Sint-Jan.

De foto’s van het huis stuur ik echter niet op. Alleen die van de Sint-Jan.

Ik zal te zijner tijd een foto van de tekening opsturen indien het werk voor mijn klant klaar is. Dat kan nog enige maanden duren, want ik moet andere opdrachten voor laten gaan. Maar als het huis voltooid is krijgt de lezer wel iets moois te zien.

Ik ga je in meerdere e-mails de foto’s van de kerk als bijlage naar je opzenden.

Eerst het verslag en de eerste foto-bijlage. Het is verstandig alles online te plaatsen zodra alle 22 foto’s binnen zijn, want in de tekst heb ik fotonummers vermeld.

Verslag van vrijdag 17 maart 2017

Een wild avontuur in ’s Hertogenbosch

Men zal zich afvragen waarom ik nu pas post en dat niet gisteren heb gedaan.

Dit heeft zijn reden. Ik was na afloop van die dag bekaf. Te moe en te vol van emoties om nog te schrijven. Ik moest enorm veel verwerken. Dat had zijn tijd nodig.

Wat was er gebeurd?

De vrijdag stond in teken van een bezoek aan ’s Hertogenbosch. Ik ging met mijn vader op stap en met de auto reden we er naartoe. Wat was onze missie in ’s Hertogenbosch, ook wel in de spreektaal Den Bosch geheten? Heel eenvoudig, ik werd verwacht. Wij werden verwacht door een belangrijk persoon, die mij graag een opdracht wilde geven voor een tekening.

Het zou om een afbeelding gaan van het gebouw van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap dat volgend jaar haar zevenhonderdste verjaardag viert. Meer over deze broederschap kan men lezen op Wikipedia. Het gebouw is zelf ook historisch, maar geen zevenhonderd jaar oud. In het huis bevindt zich de loge van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap, ook wel Zwanenbroederschap geheten.

Gisterochtend reden we weg uit onze woonplaats en na circa vijftig minuten onderweg en geen ongemak van oponthoud te hebben ondervonden, arriveerden we in het centrum van

’s Hertogenbosch. We reden meteen de straat van onze bestemming in. We parkeerden de auto en gingen te voet verder.
Hoewel mij was verteld dat het om de oudste straat en historisch het meest interessante gedeelte van de stad zou gaan, kreeg ik geheel iets anders te zien. Al nam ik het straatbeeld goed in ogenschouw, ik miste het een en ander. Waar waren nou al die eeuwenoude huizen en gebouwen? Geen huis dat we tegenkwamen zag er interessant uit. Alleen maar begin 20ste-eeuwse blokkendozen met muren in rood-witte speksteen waartegen grote heiligenbeelden leunden. Stille getuigen van een tijd toen het Rooms-Katholieke geloof zo’n belangrijke rol speelde in het zuiden van ons land. De gebouwen betroffen instellingen, scholen, seminaria en internaten.

Tevens viel het ons op hoe ongelooflijk druk de nauwe straat was. Auto’s, bestelwagens, vrachtwagens, brommers, fietsers en voetgangers, ja, alles jakkerde er tegelijk doorheen. Onophoudelijk.

Maar er was nog iets wat mij niet helemaal lekker zat. Ik zag mensen lopen bij wie ik me niet op mijn gemak voelde. Ongure type’s, grimmig kijkende figuren. Ik voelde me onveilig. Alles kwam heel onvoorspelbaar en enigszins bedreigend over. Ik was erg op mijn hoede. Ik hield mijn tassen, waarin waardevolle spullen zaten (tekeningen!) stevig tegen me aan.

Temidden van de drukte zagen we verderop in de straat een crème-witte gevel in neo-gotische bouwstijl oprijzen met op de gevelspits een grote gietijzeren zwaan. Dat moest de loge van de Illustere Lieve Broederschap zijn. De zwaan is het symbool van de broederschap.

Ik herkende het huis, omdat ik het al eerder op een foto zag staan op Wikipedia.

Voor de ingang stond de eigenaar van de loge. We maakten kennis met een rijzige, enigszins deftige heer op leeftijd die ons een hartelijk welkom heette. Joviaal als hij was, toonde hij ons het interieur.

Dat werd gekenmerkt door hoge zalen met rijke lambriseringen en zware houten deuren. Plafonds waren druk versierd en uitgehouwen in neo-laatgotische gewelven met beschilderingen van talrijke familiewapens van mensen die tot deze broederschap hebben behoord.

Het viel me op dat het in alle vertrekken ijskoud was. Zou het huis niet verwarmd worden? Ik vroeg het aan mijn klant en ruiterlijk gaf hij toe: “Kees, we zijn een beetje “zûnig”. Het zou De Broederschap kapitalen kosten om deze kolossale ruimtes warm te houden. Dan zouden we ons suf moeten stoken.”

Hoe hoogdravend de eigenaar verder ook over deze orde en het huis sprak, naar mijn smaak vond ik het gebouw (uit 1846) van binnen niet echt uitnodigend om er al te lang in rond te blijven lopen. Wel keek ik mijn ogen uit toen ik de oude documenten met prachtig gekalligrafeerde teksten en vooral honderden familiewapens zag. Het waren topstukken van de heraldiek!

Tevens kregen we ook het kleine museum te zien dat deel uitmaakt van de Broederschap. Houten altaarstukken, retabels en religieuze beeldengroepen uit de 14e en 15e-eeuw prijkten achter vitrines. Ook lagen er indrukwekkende muziekboeken uit die laat-middeleeuwse periode.

Uit het venster van een grote kamer konden we over de tegenoverliggende huizenrij van de straat, een deel van de kathedraal zien oprijzen. Mijn hart begon sneller te kloppen. Die wil ik nog wel eens zien!

Na verloop van tijd vonden we het tijd om foto’s te gaan nemen van de buitengevel van het gebouw. Daar zou ik dan ook een tekening van gaan maken.

Samen met de opdrachtgever/klant liep ik naar buiten.

Ik vond het niet eenvoudig om de gevel in zijn geheel vast te leggen op de gevoelige plaat daar de straat inderdaad erg nauw was. Ik maakte meerdere foto’s, ook van de huizen die ernaast stonden. Na het ontwikkelen en afdrukken zal ik wel zien welke opnames het gemakkelijkst zijn om als voorbeeld te gebruiken bij het tekenen.

Terwijl we op de stoep stonden aan de overkant van de straat en ik ingespannen de camera op het Broederschapshuis richtte, hoorde ik van links een brommer naderen. Twee jonge knullen zaten op een scooter die vaart begon te minderen. Plotseling reden ze de voetgangerszone op en kwamen mijn kant uit. De brommer trok wild op en ging rakelings langs mij heen. Ik werd bijna te pletter gereden! Op hetzelfde moment haalde één van die knapen zijn hand uit in mijn richting en keek mij brutaal aan. Onmiddellijk deed ik een stap achteruit waardoor de grijpgrage hand van de jongen me net miste. Het scheelde weinig of ik liet mijn camera uit mijn handen vallen!

Sodeju! Wat zullen we nou krijgen!? Het leek alsof ze probeerden mijn fototoestel uit mijn handen weg te grissen! Toen de jongens door reden, keken ze nog even om met nóg brutalere smoelen. Ik dacht: “Jasses, wat een tuig hier!”

In wat voor straat ben ik in godsnaam beland? Wat is dit voor een buurt?

Ook mijn klant, die naast me stond, was geschrokken van dit voorval.

We moesten ervan bij komen.

Ik maakte opnieuw foto’s. Vlak achter ons hoorden we een stem. “U komt mij bekend voor. Bent u aan het volgende tekenproject bezig?” Daar stond een nog onbekende man. Hij had mij herkend van de televisie-uitzendingen drie jaar geleden en wist dat ik huizen in opdracht tekende.

“Kees, zo te merken ben je beroemd geworden, als ik het goed begrijp,” zei mijn klant.
“Nou, eerder zou ik zeggen, het blijkt dat ik goed bekend ben.”

Toen ik klaar was met de fotosessie kwam ook mijn vader naar buiten.

Even later namen we vlak voor de loge afscheid.

Mijn vader en ik wilden de kathedraal bezichtigen die zich op steenworp afstand van de loge bevond.

Ik bewonderde het ontzagwekkende kerkgebouw aan alle kanten. De noord- en noordoostkant was al zo schitterend!

(foto 2 en 3 en foto 22) Eerst liepen we eromheen. Wat heeft die kerk toch prachtige en ragfijne stenen ornamenten! En ranke beelden in nissen die nog bewaard zijn gebleven omdat ze de Beeldenstorm van 1566 hadden overleefd (foto 4 en 5).
De vensters kenmerkten zich door kant-achtig maaswerk.

Op het grote centrale stadsplein gekomen maakte ik een opname van de kathedraal in haar geheel (foto 7, 8, 9 en 10).

We besloten ook het interieur te bezichtigen. We kwamen in een evenzeer indrukwekkende ruimte terecht met fijne gotische ribgewelven en fraaie plafondschilderingen. Het middenschip zag er zo mooi zuiver en evenwichtig uit. Alles klopte in verhouding. Het ‘hemelse’ effect kwam hiermee fraai tot zijn recht.

Ook de gebrandschilderde ramen mochten er wezen.

Ik keek mijn ogen uit in dit wonder van de Nederlandse gotiek. Ik vind de Sint-Janskathedraal een van de mooiste kerkgebouwen van ons land.

Ik herinner me dat ik als vijftienjarige vroeger wel eens eerder in Den Bosch was geweest. Met mijn moeder. Dat was in de zomer van 1980. Het schoot me te binnen dat we toen de kathedraal niet in mochten, omdat het interieur werd gerestaureerd. En nu is het een waar topstuk geworden van volledig herstelde, middeleeuwse kunst.

Nog even wierpen we in het middenschip een blik naar alle kanten. Zodra we alles goed hadden bekeken, maakten we ons op naar huis te gaan. Ik had verder niet iets gezien wat mij interessant leek. Afgezien van de adembenemende pracht van de Sint-Jan ervoer ik de rest van de stad niet als erg aantrekkelijk en gezellig.

Ik vond het somber en grauw, deprimerend welhaast. Overal miste ik mooie huizenbouw, zoals Renaissance koopmanswoningen en gildehuizen uit de 16e en 17e eeuw met trapgevels.

Daarnaast vond ik de algehele binnenstad te druk en te vol met teveel mensen en vooral… veel te veel verkeer in de nauwe straten. We hadden echt het gevoel: hier hebben we niets meer te zoeken.

We liepen terug naar waar we de auto hadden geparkeerd. Nauwelijks waren we in deze straat en opeens….. een loeiharde knal! Ik schrok me lens! Ik raakte zelfs versuft. Ik zag sterretjes voor mijn ogen en mijn oren suisden. De knal deed enorme pijn in mijn oren.

Wat is dit? Wat zullen we nou krijgen?

En algauw drong het tot me door. Het bleek gewoon een ordinaire vuurwerkknal te zijn. Dat mij dit weer moest gebeuren!
Waarschijnlijk zal het zwaar illegaal vuurwerk zijn geweest. Ook andere mensen bleken te zijn geschrokken en keken geërgerd om zich heen. Het merkwaardige was dat ik nergens een rookgordijn zag of jongens, die wegrenden.

Mijn vader had het lawaai ook gehoord. Ook hij was geschrokken.

We waren allebei zeer verontwaardigd. Dat dit er nog eens bij moest komen!

Het nare van dit incident was dat de knal dichtbij plaatsvond en in een nauwe straat met tamelijk hoge huizenrijen. Het is te begrijpen dat het geluid tegen die grote muurvlakken weerkaatst en extra hard overkomt.

Gelukkig bereikten we spoedig de auto. Terwijl we de gordels vastgespten, zag ik uit een oprit twee knullen op een scooter verschijnen. Ik herkende ze. Het waren de jongens die hadden geprobeerd mijn camera uit mijn handen te rukken. Zouden zíj het zijn geweest, die zojuist dat vuurwerk hadden laten ontploffen? Ergens op een plaatsje achteraf, waar niemand ze kon op merken?
Wel of niet de daders van de knal, we wilden weg uit Den Bosch.

Het lukte ons moeiteloos de binnenstad te verlaten.

Even later, eenmaal weer op de snelweg, haalden we opgelucht adem.

’s Hertogenbosch, daar hoeven we niet meer naar toe!

Hoe blij was ik toen we weer thuis waren! Ik nam een late lunch.

Om de middag nog op te vullen, verrichtte ik wat werkjes in de tuin en maakte een wandeling door de buurt.
Hoewel ik nog heel veel moest verwerken, merkte ik dat ik langzamerhand weer tot rust kwam.

Op mijn computer bekeek ik de foto’s, die ik had genomen. De opnames kwamen uitstekend door op het scherm! Ik ben erg blij dat ik van de kathedraal zulke geslaagde foto’s heb weten te maken. Ik ga ze nog eens af laten drukken. Iets voor een toekomstig tekenwerkstuk?

Tot besluit zou ik iedereen graag een wijze raad willen geven: mochten er mensen zijn die graag naar ’s Hertogenbosch willen, al is het om die mooie kathedraal te bezichtigen, dan doet men er wel verstandig aan samen met een vertrouwd iemand op stap te gaan. Niet ‘in je eentje’, alstublieft.

Hartelijke groeten,
Kees

Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.