vergrootglas
arrow Ga terug

video
avatar

Doclines NL

11 juli om 10:00

Het zal me ’n zorg wezen: ‘We zijn veel vrienden verloren’

"Ik heb nog steeds contact met onze eerste pleegkinderen via Facebook. Ze zijn uitgegroeid tot twee prachtige mensen."

DISCLAIMER: IN DEZE BLOGPOST PRAAT PIEN OVER HAAR WORSTELINGEN MET HAAR EETSTOORNIS. DIT KAN ALS TRIGGEREND WORDEN ERVAREN. MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP? BEKIJK DE WEBSITE VAN MIND.

Omdat de kinderen die geplaatst zijn allemaal in mindere of meerdere mate gedragsproblemen hebben gebeurt het ook vaak dat ik onverwachts voor een akkefietje of calamiteit naar school moet. Vanmorgen vroeg nog had Brent een ander kind een poeier op zijn neus gegeven waardoor die een bloedneus had en er was geen land meer met hem te bezeilen. Hij is toen door twee docenten naar een ruimte gebracht waar hij af kon koelen. Verschillende keren moesten de docenten hem afgelopen tijd fixeren omdat hij anders niet te handlen was.  Dit soort onverwachtse dingen gebeuren regelmatig in een week. 

Hoe ik in dit leven gerold ben? Even terug in de tijd. 

George en ik hebben elkaar ontmoet in Spanje. Zijn ouders gingen naar een camping waar mijn ouders ook altijd naar toe gingen. Ik vond hem toen wel leuk, maar niet echt bijzonder.  Hij was het vriendje van mijn broer maar dat was het dan ook. Maar van het één kwam het ander. We werden verliefd en wilden samen verder. We kregen verkering toen ik middenin één van de heftigste periodes uit mijn leven zat. Ik belandde in het ziekenhuis in Utrecht met anorexia. Een van de zwartste bladzijden uit mijn leven. Ik ben een gevoelsmens en als tiener en jongvolwassene vond ik het een hele toer om me goed te bewegen tussen alle mensen. Uiteindelijk maakte dat me ziek en belandde ik in het ziekenhuis. Daar heb ik bijna een jaar in gelegen om eigenlijk weer opnieuw te leren leven. Uitzoeken wie je mag zijn, wat je eigen grond is en hoe je opkomt voor jezelf. En ook leren hoe je in zo’n ingewikkelde maatschappij toch je eigen unieke plek mag vinden. Leren okay te zijn met jezelf. Dat je niet altijd van die hoge eisen hoeft te stellen maar gewoon mag zijn wie je bent. Je hebt natuurlijk verschillende soorten verslavingen, drugs, drank maar je kunt ook verslaafd zijn aan niet eten. Door niet te eten ga je je op een gegeven moment heerlijk zorgeloos voelen, bijna high, waardoor je niet meer hoeft te denken aan al die ingewikkelde zaken in je leven die zeer doen en waarvan je het moeilijk vindt om er mee om te gaan. Maar levensgevaarlijk natuurlijk. Je hebt op zo’n moment echt hulp nodig. Ik was net 20.

De tijd in Utrecht in het Diakonessenhuis ging met ups en downs, maar samen zijn George en ik toen naar elkaar toegegroeid en uiteindelijk verloofd. Ik was klaar met mijn opleiding tot docent en George was vrachtwagenchauffeur. We wilden graag samen wat anders gaan doen en zijn gaan studeren in Heverlee, België, aan de bijbelschool. Dat was erg wennen, voor mensen zoals wij om in België te wonen. Daar zijn ze die directe Nederlanders niet echt gewend. Ze waardeerden het ook lang niet altijd. Ik heb vaak mijn kop gestoten. Tot op de dag van vandaag blijft het wennen voor mij als mensen niet direct zijn. Onze oudste dochter, Sarah-Joy, is geboren in België. Het was een geweldige en gelukkige tijd. Wat genoot ik van het moeder zijn van dit prachtige mensje. Ik heb toen veel geleerd en gezien.

Na onze studie zijn we beiden stage gaan lopen bij dominee Orlando Bottenbley in Drachten, in één van de grootste baptistengemeenten van Nederland. Een intensieve maar erg leerzame en mooie tijd. We hebben in die periode veel meegemaakt. In Drachten zijn onze Bram en Anne-Fleur geboren. Ons geluk kon niet op en na een tijd zijn we voorgangersechtpaar geworden in een baptistengemeente in Dokkum (wat een domineesechtpaar is in een traditionele kerk).

Dominee Bottenbley heeft samen met ons in Dokkum een nieuwe baptistengemeente gesticht. We waren toen nog begin twintig. Samen met hem stonden we aan het begin van de opbouw daarvan. Heel bijzonder om dat mee te maken. In Dokkum werden we de trotse ouders van Myrthe-Roos en Loïs-Lynn. Een onvergetelijke tijd van pionieren. Tussendoor heb ik steeds nog wel les gegeven maar was ik ook actief in het kerkenwerk. Dat was wennen, in een Friese stad waar je bijna ondertiteling nodig had om de leerlingen te verstaan. Een van mijn eerste banen daar was op een technische school. De jongens daar gingen helemaal uit hun dak als ze gebruiksaanwijzingen konden lezen van trekkers.

In 2000 zijn we verhuisd naar Ede waar we gevraagd werden in een andere grote baptistengemeente. Een hele overgang voor onze vijf kinderen. Maar ook voor ons. We waren gehecht geraakt aan de Friezen en gewend geraakt aan hun directe en open mentaliteit. Dat was wel heel wat anders hier op de Veluwe. Al vrij snel vonden we onze draai ook hier in Ede. We hebben een mooie tijd gehad als voorgangersechtpaar en zijn ook echt van de kerk (gemeente) waar we werkten gaan houden. Je raakt gehecht aan de mensen met wie je samen optrekt. We hebben in totaal 12,5 jaar gewerkt in de gemeente en daarna zijn we beide fulltime gezinshuisouder geworden. Ons eerste gezinshuiskind, Storm, kwam in 2009. Dat was in Ede. We waren net officieel gezinshuis geworden na een toelatingstraject. Storm werd al snel bij ons geplaatst. Ze zochten met spoed een plek voor hem. 

Tot op de dag van vandaag zijn George en ik een team in het gezinshuis. Al vanaf het begin van het gezinshuis werkt Hans bij ons. Heel bijzonder, want het is onze vriend, maar hij werkt ook 20 uur per week in het gezinshuis. Hij is de ‘klusjesman’ zoals de kinderen hem noemen. Alles wat kapot gaat repareert hij. Zelfs kleine Benny zoekt Hans op als er iets kapot is. Hij vervangt, lost op, creëert en vernieuwt. Heel veel zaken zijn hufterproof gemaakt door hem en doordacht, veranderd of verbeterd.  

George en ik hebben door de tijd heen aardig wat vrienden verloren, ook door ons werk als gezinshuisouder. Veel mensen kunnen je niet volgen als je dit werk doet. Ook doet het een aardig beroep op je sociaal leven en niet iedereen kan daar goed mee omgaan. Maar Hans is gebleven. Hij is één van de weinigen  die ons al vele jaren accepteert zoals we zijn. Zonder Hans zouden we het gezinshuis niet zo kunnen draaien zoals het nu draait. Hij heeft alle verbouwingen en aanpassingen gedaan door de jaren heen, en dat zijn er heel wat. Toen we het huis kochten in 2010 was het even zuchten toen we zagen wat er allemaal nog moest gebeuren. Hele mooie dingen zijn er gemaakt en Hans heeft ook op praktisch vlak van alles en nog wat aangepakt. Zoals een slot op de koelkast. Een slot op de voorraadkast. Voor de zesde keer de deurklink vervangen die ze elke keer weer afbreken, noem maar op. Alles wat sneuvelt of vernield wordt, moet weer vervangen worden.

Naast Hans hebben we ook nog drie pedagogisch medewerkers die meedraaien in het gezinshuis. Ze wisselen elkaar op vaste momenten door de week af. Wel overzichtelijk. Dat is belangrijk voor de kinderen, dat ze weten wie er is en wanneer. Ook dat het team niet te groot is.

We werken ook elk jaar met stagiaires, maximaal twee. Dat is win win. Zij leren het vak en ik heb wat extra ondersteuning. Ik vind het ook leuk om mensen te begeleiden in dit prachtige vak. Het liefst wil ik elk jaar een jongen en een meisje als stagiaire. Omdat we door de tijd heen toch meer een jongenshuis zijn geworden is het ook belangrijk om een jongen als stagiaire te hebben. De boys vinden dat erg leuk. Jammer genoeg zijn er niet veel jongens die deze studie volgen. We proberen eens per week een moment te vinden waarop we met elkaar kunnen overleggen over wat er in het huis gebeurt. Zo is iedereen op de hoogte. Helaas lukt dat niet altijd. Toch weten we elkaar altijd te informeren over wat er speelt op het moment.

Het is wel zo dat er soms zoveel gebeurt in een week dat je het moet opschrijven wil je het goed over kunnen dragen. Ik geniet ervan om een klein team om me heen te hebben. Je bent er voor elkaar en steunt elkaar. Ik kan bouwen op de mensen met wie ik werk. Dat is voor mij een voorwaarde. De basis van samenwerking blijft toch vertrouwen. Natuurlijk is expertise belangrijk, maar wanneer je niet op elkaar kunt bouwen door dik en dun valt alles weg. Daarom heb ik de mensen met wie ik samenwerk zorgvuldig uitgekozen en kan ik van ze op aan. 

We vinden het als gezin ook erg belangrijk dat we een plekje kunnen bieden aan mensen die het om wat voor reden dan ook even nodig hebben. Daarom hebben we een grote blauwe kermiscaravan in de tuin staan. Opgehaald in Amsterdam, rechtstreeks van een circus dat op de fles ging. Helemaal Smurfenblauw. Ruim en prima geschikt om tijdelijk in te bivakkeren. Wanneer er een crisissituatie is waarin we wat kunnen betekenen stellen we de caravan graag tijdelijk beschikbaar. We maken natuurlijk goede afspraken met de tijdelijke bewoner of bewoners.  

Een paar jaar terug hebben we er een klein gezinnetje in gehad die van het één op het andere moment op straat was gezet. Het was in december, rond de kerst en had een hoog Jozef en Maria-gehalte omdat de vrouw hoogzwanger was van hun tweede kindje. We hebben ze acht weken een plek mogen geven en hebben nog steeds contact. Vorige week zijn ze nog even aangewaaid en het is prachtig om te zien hoe goed het met ze gaat. We hebben ook een aantal keren een gescheiden man kunnen opvangen zodat hij en zijn gezin even tot rust konden komen.

Wanneer we die keuze maken om te doen wat ons hart zegt gebeurt het vaak dat we aardig wat mensen over ons heen krijgen. Ik heb door de tijd heen geleerd dat je je niet teveel moet omringen in je leven met de mensen die ‘de gave van ontmoediging’ hebben. Je kent ze wel. Mensen die om elke zonnestraal een zwarte rand kunnen creëren. Ik laat me inmiddels niet meer ontmoedigen daardoor, maar ik laat mensen ook niet dat roven waarvan ik ten diepste overtuigd ben dat het goed is.  

Op dit moment wonen er zeven kinderen in ons gezinshuis. Een aardig stabiele groep met weinig wisselingen. Dat is het meest prettig want wisselingen geven onrust. Door de tijd heen hebben we kinderen met allerlei problematieken in ons huis gehad. Alles is zo wel eens de revue gepasseerd. We hebben kinderen met hechtingsstoornissen, reactieve (heftige) hechtingsstoornissen, autisme, ADHD, LVG en PDD-NOS. Maar ook ODD.

De komst van extra kinderen in ons gezin is allemaal begonnen met onze eerste pleegkinderen in Dokkum. Een vriendin van een vriendin van mij belde op met de vraag of de twee kinderen van haar vriendin een dagje bij ons konden zijn. Prima. Op het moment dat ik de auto instapte belde de moeder van deze twee kinderen of het oké was dat ze langer zouden blijven omdat het niet goed ging met haar. Zo begon onze carrière als pleegouders. Ik heb nog steeds contact met onze eerste pleegkinderen via Facebook. Prachtig om te zien hoe ontzettend goed ze terecht zijn gekomen. Ze zijn uitgegroeid tot twee prachtige mensen.

Dit is Het zal me ’n zorg wezen, waarin verschillende bloggers vertellen over hun leven als zorgouders voor kwetsbare kinderen. Pien Visser (62) schrijft over haar proces als gezinshuisouder. Vanaf 2009 ving zij samen met haar man George meer dan vijftig kinderen op hun woonboerderij. Momenteel woont ze daar met acht gezinshuiskinderen – velen met hun eigen gebruiksaanwijzing – en zeven eigen kinderen. De zorg voor deze kwetsbare kinderen brengt uitdagingen in de opvoeding met zich mee. Lees hier alle posts in deze reeks. 


Opmerkingen

Alle opmerkingen bekijken

Er zijn nog geen opmerkingen geplaatst.